ECLI:NL:RBOBR:2015:7604
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf voor vervoer en bezit van middelen voor grootschalige hennepteelt
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 30 december 2015 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die wordt verdacht van het vervoeren en voorhanden hebben van diverse stoffen en voorwerpen bestemd voor grootschalige hennepteelt. De tenlastelegging betrof het opzettelijk vervoeren en aanwezig hebben van onder meer luchtafzuigers, bestrijdingsmiddelen, armaturen, assimilatielampen en andere apparatuur, terwijl verdachte wist dat deze bestemd waren voor het plegen van strafbare feiten zoals bedoeld in artikel 11 van Pro de Opiumwet.
Tijdens de terechtzitting op 16 december 2015 heeft verdachte verklaard dat hij de spullen in bewaring had voor derden in ruil voor kwijtschelding van schulden en dat hij wist van het doel van de voorwerpen. De rechtbank verwierp het verweer dat sprake zou zijn van gebrek aan opzet en ook het beroep op psychische overmacht werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte de genoemde voorwerpen vervoerde en voorhanden had met kennis van hun bestemming voor grootschalige hennepteelt. Gezien de ernst van het feit en het grote aantal voorwerpen vond de rechtbank een onvoorwaardelijke geldboete onvoldoende passend. Daarom werd een taakstraf van 120 uur opgelegd, subsidiair 60 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 2 jaar om herhaling te voorkomen.
De strafbepaling hield rekening met de gevaren van hennepteelt voor de volksgezondheid en de criminaliteit die daarmee gepaard gaat. De rechtbank benadrukte dat de opgelegde straf recht doet aan de ernst van het bewezen feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 2 jaar.