Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Procesverloop
Overwegingen
Voorts heeft verweerder ter zitting verwezen naar het besluit van 22 oktober 2014 inzake het opgelegde gebiedsverbod waarin politie-informatie omtrent verzoeker is opgenomen, waaronder strafrechtelijke gebeurtenissen, waaruit is gebleken dat verzoeker of de groep waartoe hij behoorde regelmatig de openbare orde verstoorde. Verweerder heeft aanvullend ter zitting gesteld dat de problematiek met de betrokken groep nog steeds aanwezig is. De afgelopen maanden is nog steeds sprake van drugshandel en zijn arrestaties verricht. Op
17 februari 2015 zijn dertien mensen uit de groep in het centrum van Eindhoven aangehouden wegens drugshandel op straat. Op 23 mei 2015 vonden ook aanhoudingen plaats wegens drugshandel. Indien het gebiedsverbod wordt opgeheven vreest verweerder dat verzoeker alleen dan wel in een groep opnieuw de openbare orde gaat verstoren.
enigevrees voor terugval in het overlast gevende gedrag rechtvaardigt. Verweerder is echter pas bevoegd om het gebiedsverbod te verlengen als sprake is van concrete aanwijzingen die
ernstigevrees voor terugval in het overlast gevende gedrag rechtvaardigen.
6 april 2015 geen concrete aanwijzing die de vorenbedoelde ernstige vrees rechtvaardigt. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat een winkeldiefstal geen direct waarneembare effecten op het openbare leven hoeft te hebben. Verweerder heeft niet gesteld dat door deze winkeldiefstal de orde en rust in het openbare leven werd verstoord. Dat is ook niet gebleken.
Beslissing
11 juni 2015.