Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 februari 2015 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“Ik krijg u niet te pakken”. Zoals verweerder ter zitting heeft toegelicht, heeft verweerder tussen 19 november 2013 en 22 november 2013 en ook nadien getracht eisers gemachtigde ook telefonisch te bereiken, maar is dat niet gelukt. Verweerder heeft vervolgens op 30 november 2013 de uitspraak op bezwaar gedaan en deze aan de gemachtigde van eiser verzonden. Uit de door verweerder overgelegde e-mail-correspondentie met eisers gemachtigde blijkt niet dat eisers gemachtigde tussen 22 november 2013 en 30 november 2013 heeft gereageerd op verweerders verzoek. Nu eisers gemachtigde het aldus door verweerder gestelde niet heeft betwist en evenmin bewijsstukken heeft overgelegd waaruit iets anders blijkt, staat vast dat eisers gemachtigde in laatstgenoemde periode niet heeft gereageerd op het verzoek contact op te nemen teneinde een hoorzitting te plannen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder niet onredelijk gehandeld door acht dagen na het verzoek van 22 november 2013, bij het uitblijven van een reactie van eisers gemachtigde, de definitieve uitspraak op bezwaar te doen. Het had op de weg van eisers gemachtigde gelegen tijdig op verweerders verzoek te reageren. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat een dergelijke reactie ook kan inhouden dat om uitstel wordt verzocht, als het plannen van een hoorzitting op korte termijn niet mogelijk of wenselijk wordt geacht. Dat eisers gemachtigde niet tijdig heeft gereageerd, waarbij de rechtbank een termijn van een week niet onredelijk acht, komt voor risico van eiser.
“Zoals reeds eerder gemeld heeft de taxateur zijn tijd nodig om ten aanzien van de onderhavige objecten[rechtbank: uit de e-mail blijkt niet welke objecten worden bedoeld]
te reageren. We doen er op het ogenblik alles aan om deze rapporten zo snel mogelijk voor elkaar te krijgen, maar hadden liever eerder geweten (dan pas begin december) hoe de visie was namens de gemeentes over de bezwaren. Zoals de wens is geweest van vele gemeenten hebben wij, om hen kosten te besparen, gewacht met het laten opmaken van taxatierapporten. Het lijkt me dan onredelijk om direct twee weken na het sturen van een conceptuitspraak te verwachten dat er een zinnige hoorzitting kan worden gehouden. Ik begrijp ook niet de plotselinge haast. Namens belanghebbenden wordt er niet afgezien van het horen en tevens wordt er een redelijke termijn verzocht om taxatierapporten te kunnen overleggen.”In de e-mail van 27 december 2013 met als onderwerp ‘Re: afspreken hoorzitting aanslagnummer [aanslagnummer]’ heeft verweerder als volgt gereageerd:
“Meerdere malen heb ik geprobeerd u telefonisch te bereiken: niet gelukt. 18 december was er een hoorzitting gepland voor 5 objecten, waarbij u niet bent komen opdagen. De enige mogelijkheid om nog te horen is 9 januari 10u op het Gemeentehuis te Oss.. Dan is er de mogelijkheid om alle 5 objecten te horen.”In de daarop volgende opsomming van adressen staat ook het onderhavige adres genoemd. Per e-mail van 5 januari 2014 met als onderwerp ‘Re: afspreken hoorzitting aanslagnummer [aanslagnummer]’ heeft eisers gemachtigde hierop gereageerd:
“Telefonisch is inderdaad heel moeilijk, we zijn continu in gesprek met de verschillende gemeentes. Helaas is 9 januari 12.00 uur een zitting bij de rechtbank Alkmaar. Dat gaan ze niet leuk vinden, als ik niet kan. Vrijdag 10 januari staat (nu) nog open.”Verweerder heeft hierop per e-mail van 6 januari 2014 met als onderwerp ‘Re: afspreken hoorzitting aanslagnummer [aanslagnummer]’geantwoord:
“Vrijdag 10 januari is in orde. Past u 9u30?”Vervolgens heeft verweerder, bij uitblijven van een reactie, per e-mail van 9 januari 2014 met als onderwerp ‘Re: afspreken hoorzitting aanslagnummer [aanslagnummer]’ bij eisers gemachtigde gerappelleerd:
“Na onderstaande mail heb ik niets meer van u vernomen. Ik heb u nog enkele keren proberen te bellen, maar zonder resultaat. Zonder tegenbericht ga ik ervan uit dat de hoorzitting morgen om 9u30 doorgaat.”Dezelfde dag heeft eisers gemachtigde per e-mail met als onderwerp ‘Re: afspreken hoorzitting aanslagnummer [aanslagnummer]’ als volgt gereageerd:
“Mijn excuses voor de late reactie, maar u stond op de lijst. De vrijdag om 9.30 uur past niet, wel om 13.00 uur.”Verweerder heeft het door eisers gemachtigde voorgestelde tijdstip vervolgens per e-mail van dezelfde dag bevestigd. Op 10 januari 2014 om 11:16 uur heeft eisers gemachtigde vervolgens een e-mail met als onderwerp ‘aanvullingen aanslagnummers: [aanslagnummers]’ aan verweerder gezonden en daarin onder meer het volgende medegedeeld:
“Voor de woz-objecten, welke besproken zouden worden tijdens de hoorzitting, kan volstaan worden met onderstaande aanvullingen per e-mail. Graag hoor ik van u of u de aanvullingen ook schriftelijk wil. (…) Mijns inziens is een hoorzitting voor deze objecten daarmee overbodig geworden en hoeft dan ook de hoorzitting, welke vandaag gepland staat, daarmee in het geheel niet door te gaan. Tevens zie ik dat u mij heeft uitgenodigd inzake het horen van een tweetal objecten, aanslagnummers: [aanslagnummer] en aanslagnummer: [aanslagnummer], waarover reeds uitspraak is gedaan, én beroep is ingesteld. Graag hoor ik van u de status van deze hoorzittingen, en ik verzoek u deze hoorzittingen, in afwachting van uw antwoord en mijn reactie daarop, namens belanghebbende, aan te houden.”