Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Parketnummer vordering: 01/121301-14
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De vordering na voorwaardelijke veroordeling.
's-Hertogenbosch d.d. 4 september 2014. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.
Rechtbank Oost-Brabant
Op 10 mei 2015 werd het slachtoffer in Uden met een mes gestoken door verdachte, waarna het slachtoffer overleed aan zijn verwondingen. De rechtbank oordeelde dat verdachte opzettelijk het leven van het slachtoffer heeft ontnomen en verklaarde hem strafbaar voor doodslag.
De rechtbank baseerde haar oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van medeverdachten, het aantreffen van het mes, DNA-onderzoek en een bekennende verklaring van verdachte. Er werd geen bewijsverweer gevoerd door de verdediging, die stelde dat sprake was van voorwaardelijk opzet.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het plaatsvond, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, en eerdere veroordelingen. Verdachte verkeerde onder invloed van alcohol en drugs en droeg een mes bij zich. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 10 jaar op, lager dan de eis van 12 jaar.
De benadeelde partij werd niet ontvankelijk verklaard in haar vordering wegens onevenredige belasting van het strafgeding. De rechtbank compenseerde de kosten van partijen zodat iedereen zijn eigen kosten draagt.
Daarnaast werd een eerdere voorwaardelijke veroordeling tot een week gevangenisstraf tenuitvoer gelegd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf voor doodslag met mes in uitgaansgebied Uden.