Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
waardoor [slachtoffer 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
De formele voorvragen.
Vrijspraak (feit 1).
feit 1is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Bewijs met betrekking tot feit 2
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 2).
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1).
Beslag.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
T.a.v. feit 2 primair:Gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht waarvan 62 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.
[slachtoffer 2], van een bedrag van
EUR 10.000,-(zegge: tienduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 85 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit materiële schadevergoeding.