Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs
Feit 1.
Feit 2.
Feit 6.
Feit 8.
Feit 9.
Feit 10.
Ten aanzien van feit 11.
Ten aanzien van de belaging (01/820377-15).
Vrijspraak ten aanzien van de feiten 3, 4, 5 en 7.
Ten aanzien van feit 3.
Ten aanzien van feit 4.
Ten aanzien van feit 5.
Ten aanzien van feit 7.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
- een gevangenisstraf van één jaar met aftrek van het voorarrest;
- terbeschikkingstelling met voorwaarden, zoals de voorwaarden zijn geformuleerd in het reclasseringsrapport van 2 maart 2016, waarbij tevens wordt bevolen dat de tbs met voorwaarden uitvoerbaar bij voorraad is;
- vordering benadeelde partij [benadeelde partij 6] niet-ontvankelijk;
- gehele toewijzing van de vordering van [benadeelde partij 3] tot een bedrag van € 90,-- en oplegging van de maatregel 36f van het Wetboek van Strafrecht;
- gehele toewijzing van de vordering van [benadeelde partij 4] tot een bedrag van € 3.578,28 en oplegging van de maatregel 36f van het Wetboek van Strafrecht;
- gehele toewijzing van de vordering van [benadeelde partij 5] tot een bedrag van € 2.750,-- en oplegging van de maatregel 36f van het Wetboek van Strafrecht.