ECLI:NL:RBOBR:2016:1336

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
15 januari 2016
Publicatiedatum
23 maart 2016
Zaaknummer
16-002
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 517 lid 1 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verschoningsverzoek politierechter wegens mogelijke partijdigheid

In deze strafzaak met parketnummer 01/860008-15 heeft politierechter Valckx een verzoek tot verschoning ingediend. Dit verzoek is gebaseerd op het feit dat zij als voorzitter van de meervoudige kamer beslissingen heeft genomen in zaken van medeverdachten van de verdachte, waarbij interpretaties zijn gegeven over bewijsmiddelen die mogelijk ook in de zaak van de verdachte een rol spelen.

De rechtbank heeft beoordeeld of deze omstandigheden leiden tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, hetgeen de onpartijdigheid van de politierechter zou kunnen aantasten. Hoewel het enkel feit van betrokkenheid bij medeverdachten niet voldoende is, weegt de interpretatie van bewijsmiddelen in die zaken wel zwaar.

De rechtbank concludeert dat deze situatie een uitzonderlijke omstandigheid vormt die de onpartijdigheid kan schaden. Daarom wordt het verzoek van politierechter Valckx om zich te verschonen toegewezen. De beslissing is genomen door de wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant en op 15 januari 2016 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van politierechter Valckx wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Wrakingskamer
Zaaknummer: WR 16/002
Beschikking van 15 januari 2016
in de zaak van
mr. E.C.P.M. Valckx,in haar hoedanigheid van politierechter in de rechtbank Oost-Brabant bij de behandeling van de strafzaak met parketnummer 01/860008-15 tegen verdachte [verdachte].

1.Procesverloop

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift van mr. E.C.P.M Valckx, gedateerd op 4 januari 2016, met als bijlage het proces-verbaal van de op 16 december 2015 gehouden terechtzitting met parketnummer 01/860008-15;
- het dossier in de hoofdzaak.

2.Het verzoek

2.1.
Het verzoek strekt tot verschoning van politierechter mr. E.C.P.M Valckx in een onderzoek tegen verdachte [verdachte] in de strafzaak met parketnummer 01/860008-15.
2.2.
Ter onderbouwing van het verschoningsverzoek heeft mr. Valckx gewezen op de volgende feiten en omstandigheden.
2.3
Ter terechtzitting van 16 december 2015 zijn omstandigheden naar voren gekomen waardoor haar rechtelijke onpartijdigheid is aangetast. De raadsvrouw van de verdachte [verdachte] heeft tijdens de genoemde zitting aangegeven een preliminair verweer te willen voeren. Haar verweer heeft betrekking op de rol van mr. Valckx in de zaken van de medeverdachten van [verdachte], [medeverdachten]. In die zaken heeft mr. Valckx als voorzitter van de meervoudige kamer een beslissing genomen ten aanzien van bewijsmiddelen, welke bewijsmiddelen mogelijk ook een rol spelen in de zaak van [verdachte]. Ze heeft zich in de vonnissen van de medeverdachten al uitgelaten over de betrouwbaarheid van de verklaring van [verdachte], aldus de raadsvrouw.
mr. Valckx stelt dat zij in de vonnissen van [medeverdachten] inderdaad een interpretatie heeft gegeven aan bepaalde bewijsmiddelen, die mogelijk in de zaak van verdachte [verdachte] een rol zouden kunnen spelen. Zij heeft daarom in het bovenvermelde verzoekschrift verzocht zich te mogen verschonen.

3.De beoordeling

3.1.
Ingevolge artikel 517, lid 1, van het Wetboek van Strafvordering, kan op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen. Er dient te worden beoordeeld of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
De rechtbank stelt voorop dat de politierechter uit hoofde van haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de politierechter met betrekking tot een procespartij vooringenomen is, althans dat de dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.3.
Het enkele feit dat de politierechter tevens voorzitter was van de meervoudige kamer, die een beslissing heeft genomen in de strafzaken van de medeverdachten [medeverdachten] en die strafzaken en de onderhavige strafzaak van [verdachte] elkaar mogelijk (deels) inhoudelijk raken, levert op zichzelf nog niet de ‘uitzonderlijke omstandigheid’ op die nodig is voor een objectief gerechtvaardigde twijfel aan de onpartijdigheid van de politierechter. Echter de omstandigheid dat de meervoudige strafkamer waarvan de politierechter deel heeft uitgemaakt, in de zaken van genoemde medeverdachten van [verdachte] vonnis heeft gewezen en daarbij een interpretatie heeft gegeven aan bepaalde bewijsmiddelen die mogelijk ook in de zaak van [verdachte] een rol zouden kunnen spelen, kan bij [verdachte] naar objectieve maatstaven de gerechtvaardigde vrees wekken dat deze politierechter niet meer onbevangen in deze zaak kan handelen en levert vorenbedoelde uitzonderlijke omstandigheid op. Er is daarmee sprake van een omstandigheid waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Dit brengt mee dat mr. Valckx het verschoningsverzoek op goede gronden heeft gedaan.
3.4.
Het verschoningsverzoek zal onder deze omstandigheden worden toegewezen.

4.De beslissing

De rechtbank,
wijst toe het verzoek van mr. E.C.P.M. Valckx om zich te mogen verschonen in haar hoedanigheid als politierechter in de rechtbank Oost-Brabant bij de behandeling van de strafzaak met parketnummer 01/860008-15 tegen verdachte [verdachte].
Deze beschikking is gegeven door mr. E.J.C. Adang, voorzitter, mr. E.C.M. de Klerk en mr. S.J.G.N.M. Willard, leden, en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2016 in aanwezigheid van de griffier.