ECLI:NL:RBOBR:2016:1338
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen wrakingskamer rechtbank Oost-Brabant
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter en leden van de wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant die betrokken waren bij de behandeling van een eerdere wrakingszaak. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid van de rechters.
De rechtbank heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de onpartijdigheid van de rechters wordt vermoed tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. De rechtbank oordeelde dat een mogelijk onwelgevallige beslissing van een rechter op zichzelf geen reden is voor wraking, tenzij die beslissing zo onbegrijpelijk is dat alleen vooringenomenheid als verklaring overblijft.
In dit geval was er geen sprake van een beslissing door de wrakingskamer en bood de geschetste situatie geen grond voor het vermoeden van partijdigheid. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. Tevens bepaalde de rechtbank dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker in deze zaak niet in behandeling worden genomen, wegens kennelijk misbruik van recht.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en toekomstige wrakingsverzoeken in dezelfde zaak worden niet in behandeling genomen.