Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
en/of
ten aanzien van feit 1: uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat verdachte op enige wijze betrokken is geweest bij de dood van [slachtoffer] . Er is geen hard bewijs waaruit blijkt dat verdachte de opdrachtgever is en de medeverdachten heeft uitgelokt [slachtoffer] om het leven te brengen door - kort gezegd - zich te profileren als lid van de maffia en hen geld te beloven, dan wel door het wapen te leveren. Uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat verdachte het wapen heeft geleverd waarmee [slachtoffer] is doodgeschoten. Van medeplichtigheid bij moord dan wel doodslag is dan ook geen sprake. Verdachte heeft zich voorgedaan als zware crimineel terwijl hij dat niet was. Door het innemen van die rol heeft hij de medeverdachten kunnen oplichten.
ten aanzien van feit 2: uit de bewijsmiddelen kan niet worden vastgesteld dat het verdachte is geweest die de auto in brand heeft gestoken. Verdachte heeft de medeverdachten slechts opties voorgehouden. Hij heeft geen uitvoeringshandelingen verricht en was niet in de mogelijkheid zich te onttrekken. Van medeplegen is geen sprake.
1.De relatie tussen verdachte, zijn medeverdachten en het slachtoffer.
2.De planvorming.
3.De uitvoering van het plan.
de lezing van [medeverdachte 1].
(rechtbank: een van de drie broers [achternaam] )moest schieten. Al deze details komen overeen met de verklaring die [medeverdachte 4] op 30 september 2014 had afgelegd, welke verklaring [medeverdachte 5] niet kon kennen gelet op de beperkingen die hem waren opgelegd.
medeplegen van moord.feit 2 primair:
medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.