ECLI:NL:RBOBR:2016:2707
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens gebrek aan bewijs verduistering en diefstal
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte vrijgesproken van de ten laste gelegde verduistering en diefstal. Verdachte werd beschuldigd van het wederrechtelijk toe-eigenen van geldbedragen van een slachtoffer in zijn hoedanigheid als administrateur en/of (mede)testamentair-executeur.
De officier van justitie stelde dat verdachte zich €64.000 had toegeëigend via vervalste schuldbekentenissen, terwijl de verdediging stelde dat er geen bewijs was voor wederrechtelijke toe-eigening en dat een machtiging tot opname bestond. De rechtbank oordeelde dat, ook indien de schuldbekentenissen vals zouden zijn, verdachte het geld niet uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking had verkregen, maar via zijn rechtsverhouding met het bedrijf.
Daarnaast was de diefstal ten laste gelegd wegens opname van geld met een bankpas na het overlijden van het slachtoffer. Hoewel de opname na overlijden onrechtmatig was, werd vastgesteld dat het geld direct werd gebruikt voor uitvaartkosten, waardoor het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening ontbrak.
De rechtbank verklaarde de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen en bepaalde dat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van verduistering en diefstal wegens onvoldoende bewijs en ontbreken van wederrechtelijk oogmerk.