ECLI:NL:RBOBR:2016:2709
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens vrijspraak verdachte
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €85.686,- van verdachte. Deze vordering werd behandeld in samenhang met de strafzaak tegen verdachte. Tijdens de terechtzitting op 13 mei 2016 werd de ontnemingsvordering voorlopig buiten behandeling gelaten in afwachting van de uitkomst van de hoofdzaak.
Bij vonnis van 27 mei 2016 sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij verduistering en/of diefstal. Gezien deze vrijspraak kon de ontnemingsvordering niet worden toegewezen, omdat ontneming alleen mogelijk is bij een veroordeling.
De rechtbank oordeelde daarom dat de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel moest worden afgewezen. Dit vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant en uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: De ontnemingsvordering wordt afgewezen omdat verdachte is vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.