ECLI:NL:RBOBR:2016:2791
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tot opheffing beslag op gevaarlijke hond Diesel
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening waarbij de eigenaar van de rottweiler Diesel, die sinds 2013 in beslag is genomen en in een opslaglocatie verblijft, verzoekt het beslag op te heffen zodat Diesel onder strenge voorwaarden kan worden getraind bij de deskundige Martin Gaus.
De hond is aangewezen als gevaarlijk na meerdere ernstige bijtincidenten. De burgemeester van Son en Breugel heeft het beslag op Diesel gehandhaafd en geweigerd het dier vrij te geven, mede op advies van gedragsdeskundige Schilder die inslapen adviseert. De eigenaar betoogt dat Diesel verslechtert in de opslag en dat een tijdelijk verblijf bij Gaus mogelijk en wenselijk is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de brief van de burgemeester van 18 februari 2016 als een besluit in de zin van de Awb moet worden gezien en dat er sprake is van onverwijlde spoed. Er is sprake van nieuw gebleken feiten (verslechtering van Diesel) die een herbeoordeling rechtvaardigen. Er is echter onvoldoende duidelijkheid waarom tijdelijke plaatsing bij Gaus niet mogelijk is. De burgemeester moet dit in het nog te nemen besluit motiveren.
De belangenafweging leidt tot afwijzing van het verzoek, omdat het belang van de burgemeester om Diesel in de opslag te houden zwaarder weegt dan het belang van de eigenaar om Diesel nu vrij te krijgen. De voorzieningenrechter benadrukt dat snel duidelijkheid over het lot van Diesel wenselijk is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot opheffing van het beslag op Diesel wordt afgewezen.