ECLI:NL:RBOBR:2016:3025
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.P.J. Scheele
- E.C.P.M. Valckx
- S.B.C. Nicolaes
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na verduistering en gewoontewitwassen
Veroordeelde is door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld voor meervoudige verduistering uit hoofde van zijn dienstbetrekking als boekhouder en gewoontewitwassen. Hij onttrok gedurende ruim zes jaar grote bedragen aan het bedrijf door overboekingen naar eigen en derdenrekeningen en financierde persoonlijke aankopen. De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 2.344.268,75.
De ontnemingsvordering werd voorafgegaan door een strafrechtelijk financieel onderzoek (SFO) dat in november 2011 werd gestart. De redelijke termijn voor behandeling van de ontnemingszaak is overschreden, aangezien de uitspraak in eerste aanleg dateert van april 2014 en het vonnis in de ontnemingszaak pas in juni 2016 werd gewezen. De rechtbank matigt de betalingsverplichting met € 5.000,- vanwege deze overschrijding.
De rechtbank neemt het arrest van het hof als uitgangspunt voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, waarbij onder meer kosten van een frauderapport en betwiste posten in mindering worden gebracht. Ook reeds voldane bedragen en het voordeel van een medeverdachte worden afgetrokken. De uiteindelijke betalingsverplichting aan de Staat bedraagt € 2.339.268,75.
Uitkomst: Veroordeelde moet € 2.339.268,75 betalen aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, met matiging wegens overschrijding redelijke termijn.