Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijsmotivering.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het bewezenverklaarde.
DE UITSPRAAK
ontslaat de verdachte ter zake van alle rechtsvervolging.
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde een zaak waarin verdachte werd verdacht van mensenhandel door het aanwerven en medenemen van meerdere vrouwen om in Nederland seksuele handelingen tegen betaling te verrichten.
Uit het bewijs, waaronder verklaringen van betrokkenen en bankafschriften, bleek dat verdachte en een medeverdachte actief betrokken waren bij het regelen van huisvesting en klanten voor de vrouwen. Hiermee werd wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medepleger was in het aanwerven en medenemen van deze vrouwen.
De rechtbank overwoog echter dat volgens het arrest van de Hoge Raad van 17 mei 2016 het impliciete bestanddeel van uitbuiting vereist is voor strafbaarheid van mensenhandel. Uit het feitencomplex bleek geen aanwijzing voor dwang, misleiding of misbruik van overwicht, waardoor geen sprake was van uitbuiting.
Daarom kwalificeerden de bewezen verklaarde handelingen niet als mensenhandel en was er geen strafbaar feit. De rechtbank sprak verdachte vrij van hetgeen niet bewezen was en ontsloeg hem van alle rechtsvervolging voor het bewezenverklaarde.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens ontbreken van uitbuiting, waardoor het bewezenverklaarde niet strafbaar is.