ECLI:NL:RBOBR:2016:4198
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs van stalking en bedreiging ex-partner en dochter
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van stalking (belaging) van zijn ex-partner en dochter in de periode van januari tot juni 2014, en van bedreiging van zijn ex-partner in juni 2014.
De tenlasteleggingen betroffen het stelselmatig inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers met het oogmerk hen te dwingen of vrees aan te jagen, en het bedreigen met een misdrijf tegen het leven gericht. De rechtbank heeft het bewijs onderzocht, waaronder verklaringen van getuigen en het dossiermateriaal.
Uit het dossier bleek dat verdachte zich op zeven dagen in juni 2014 in de nabijheid van de school van zijn dochter bevond, maar dat dit niet leidde tot een overtuigend bewijs van opzet of stelselmatigheid. Ook de bedreiging werd niet bewezen geacht.
De rechtbank oordeelde dat de gedragingen niet de vereiste stelselmatigheid en wederrechtelijkheid hadden voor stalking en dat de bedreiging onvoldoende bewezen was. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide feiten.
De civiele vorderingen van de benadeelden werden niet-ontvankelijk verklaard omdat de strafrechtelijke feiten niet bewezen waren. De kosten werden gecompenseerd zodat elke partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van stalking en bedreiging wegens onvoldoende bewijs.