ECLI:NL:RBOBR:2016:4199
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige hinder door boomwortels en schending zorgplicht door gemeente
Eisers wonen sinds 2009 op een perceel grenzend aan een trottoir met een honingboom die eigendom is van de gemeente. De boom staat op circa 55 centimeter van de voortuin, waarbij de wortels schade veroorzaken aan natuurstenen tegels en platen. Eisers meldden dit in 2014 bij de gemeente, die echter geen maatregelen trof.
Eisers vorderen schadevergoeding, verwijdering van de boom en vergoeding van buitengerechtelijke kosten. De gemeente betwist de onrechtmatigheid en stelt dat de boomplanting is toegestaan volgens de Bomenverordening 2015, dat het relativiteitsvereiste ontbreekt en dat eisers eigen schuld hebben door vertraagde melding en het niet toepassen van het worteldoorkaprecht.
De rechtbank oordeelt dat de boomplanting niet onrechtmatig is vanwege de verordening die een minimale afstand van nihil toestaat. Wel heeft de gemeente haar zorgplicht onvoldoende ingevuld na de melding van eisers in 2014, waardoor sprake is van onrechtmatige hinder. De schade wordt vastgesteld op € 2.540,75, waarvan de gemeente en eisers ieder de helft dragen vanwege eigen schuld van eisers.
De gemeente wordt veroordeeld tot betaling van € 1.270,36 plus wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten van € 178,50, proceskosten en nakosten. De vordering tot verwijdering van de boom wordt afgewezen.
Uitkomst: De gemeente wordt veroordeeld tot betaling van de helft van de schade en kosten wegens onrechtmatige hinder door boomwortels.