Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 augustus 2016 in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
de burgemeester van de gemeente Oss, verweerder
Procesverloop
.
Rechtbank Oost-Brabant
Op 5 juli 2016 heeft de burgemeester van de gemeente Oss besloten de woning van verzoekers te sluiten voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet, vanwege de aanwezigheid van handelshoeveelheden harddrugs. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de burgemeester bevoegd is tot sluiting op grond van de aantoonbare handelshoeveelheden harddrugs in de woning. Verzoekers betoogden dat de drugs voor eigen gebruik waren en dat sluiting het lopende hulpverleningstraject ernstig zou schaden. De rechter acht het niet aannemelijk dat de drugs voor eigen gebruik waren, mede gelet op eerdere aanhouding van verzoeker met drugs en het behandeltraject.
Echter heeft de burgemeester onvoldoende gemotiveerd waarom de sluiting ondanks de belangen en bezwaren van verzoekers gerechtvaardigd is. De rechter vindt dat de belangen van het gezin, waaronder minderjarige kinderen, en het hulpverleningstraject zwaar wegen. Daarom wordt de sluiting voorlopig geschorst tot zes weken na het besluit op bezwaar.
Daarnaast veroordeelt de rechter de burgemeester tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekers. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de sluiting van de woning geschorst wegens onvoldoende motivering.