Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[gedaagde 2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 28 oktober 2015
- het proces-verbaal van comparitie van 14 maart 2016.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
6.422,00(2,0 punten × tarief € 3.211,00)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
De curator van het failliete vleesverwerkingsbedrijf vordert bestuurders aansprakelijk voor het tekort in het faillissement. Het bedrijf kwam in financiële problemen nadat de NVWA een onderzoek instelde naar vermenging van paardenvlees in rundvlees, wat leidde tot inbeslagname van de vleesvoorraad en intrekking van de EG-erkenning.
De rechtbank oordeelt dat de bestuurders kennelijk onbehoorlijk hebben gehandeld door het bewust vermengen van paardenvlees met rundvlees en het niet correct etiketteren daarvan, wat een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Andere verwijten over administratie werden deels niet bewezen of niet relevant geacht.
De bestuurders worden hoofdelijk aansprakelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van het tekort, met een voorschot van €1.000.000, beslagkosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het beroep op matiging wordt verworpen.
Uitkomst: Bestuurders worden hoofdelijk aansprakelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van het faillissementstekort met voorschot en kosten.