ECLI:NL:RBOBR:2016:4409

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
15 augustus 2016
Publicatiedatum
15 augustus 2016
Zaaknummer
16_1462V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet-betaald griffierecht

Opposant had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het college van burgemeester en wethouders van Veghel. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet betaald zou zijn. Opposant deed verzet tegen deze uitspraak.

In de verzetszaak onderzocht de rechtbank of het buiten redelijke twijfel stond dat het griffierecht niet was betaald. Uit navraag en onderzoek via PostNL bleek dat de aangetekende nota mogelijk niet bij opposant was aangekomen, omdat het poststuk nog op de afhaallocatie lag en niet was afgehaald. De rechtbank concludeerde dat opposant geen verwijt kon worden gemaakt.

Daarom werd het verzet gegrond verklaard, de eerdere uitspraak verviel en het onderzoek werd hervat. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van € 248,-. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 16/1462V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 augustus 2016 op het verzet van

[opposant] , te [woonplaats] , opposant,

(gemachtigde mr. M.J. van Noort)

Procesverloop

Opposant heeft op 7 juni 2016 beroep ingesteld, vanwege het door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veghel niet tijdig nemen van een beslissing op zijn verzoek van 29 februari 2016.
Bij uitspraak van 17 juni 2016 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposant heeft op 27 juni 2016 tegen deze uitspraak verzet gedaan.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat.
Volgens de rechtbank had opposant het voor de behandeling van zijn beroep verschuldigde griffierecht niet betaald. De rechtbank heeft het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk geacht.
2. In deze verzetszaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of zij in haar uitspraak van 17 juni 2016 terecht heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel staat dat het beroep niet‑ontvankelijk is.
3. Opposant voert aan dat hem uit navraag bij de griffie van de rechtbank is gebleken dat de nota voor betaling van het griffierecht op 11 mei 2016 aangetekend is verzonden en dat uit informatie op de website van PostNL blijkt dat de brief op 13 mei 2016 om 7 uur 09 is bezorgd op de uitreiklocatie Staples Office Centre in Leien. Het bericht is echter niet aangetroffen bij de poststukken, terwijl via dezelfde postbus diverse aangetekende stukken, waaronder de uitspraak van de rechtbank, wel zijn bezorgd. Er is mogelijk iets fout gegaan bij de bezorging. PostNL klantenservice wist te melden dat het poststuk nog op de uitreiklocatie aanwezig moest zijn.
4. Doorgaans mag ervan uit worden gegaan dat, als poststukken aangetekend worden verzonden, deze de ontvanger bereiken. In dit geval blijkt uit de na het invoeren van het verzendnummer op de website van PostNL dat de zending nog aanwezig is op de afhaallocatie. Niet is vermeld dat het poststuk is afgehaald. Ook is het poststuk niet door de rechtbank retour ontvangen.
Onder deze omstandigheden kan niet worden uitgesloten dat de aangetekende nota voor het griffierecht, waarin is verzocht om dit twee weken na de op de nota vermelde datum te betalen, opposant niet heeft bereikt. Hem kan er daarom geen verwijt van worden gemaakt dat hij het griffierecht niet tijdig heeft betaald.
Gelet hierop had de rechtbank het beroep niet, met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb, niet-ontvankelijk mogen verklaren.
5. Het verzet is, gelet hierop, gegrond. Dit heeft tot gevolg dat de uitspraak van 17 juni 2016 vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die uitspraak werd gedaan.
6. De rechtbank ziet aanleiding om het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veghel te veroordelen in de proceskosten. Deze kosten bedragen € 248,- voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (0,5 punt voor het indienen van een verzetschrift, waarde per punt € 496,00, wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het verzet gegrond;
  • veroordeelt het college van burgemeester en wethouders in de proceskosten ten bedrage van € 248,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. de Lange, rechter, in aanwezigheid van
N.M.W.J. van Bergen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2016.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.