ECLI:NL:RBOBR:2016:4889
Rechtbank Oost-Brabant
- Op tegenspraak
- Adang
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens niet-betwiste valsheid van gestorte bankbiljetten
Eiser heeft op 17 juli 2015 een bedrag van € 23.500,00 in 47 coupures van € 500,00 bij de Rabobank gestort via een sealbag, geholpen door een bankmedewerkster. De bankbiljetten zijn later door de Rabobank en De Nederlandse Bank als vals aangemerkt, waarna de bank het bedrag niet heeft bijgeschreven op de rekening van eiser.
Eiser vordert betaling van het bedrag inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten, stellende dat het geld echt was en de bank te laat heeft geprotesteerd. De Rabobank voert verweer dat het geld vals is, dat het onderzoek naar echtheid door gespecialiseerde instanties heeft plaatsgevonden en dat zij tijdig heeft geprotesteerd conform artikel 6:89 BW Pro en de Algemene Bankvoorwaarden.
De rechtbank oordeelt dat de Rabobank voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de biljetten vals waren en dat het op eiser ligt om het tegendeel te bewijzen. Eiser heeft dit bewijs niet kunnen leveren. Het onderzoek naar de echtheid heeft gelet op de gebruikte procedure en betrokken instanties niet onredelijk lang geduurd. Het beroep van eiser op rechtsverwerking faalt. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering afgewezen wegens onvoldoende bewijs echtheid bankbiljetten; eiser veroordeeld in proceskosten.