ECLI:NL:RBOBR:2016:5037
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor zware mishandeling met schedelbreuk en hersenbloeding
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk mishandelen van het slachtoffer in februari 2014 in Eindhoven, waarbij zwaar lichamelijk letsel zoals een schedelbreuk en hersenbloeding was opgelopen.
De officier van justitie stelde dat het bewijs voldoende was om de zware mishandeling wettig en overtuigend vast te stellen. De verdediging betoogde echter dat niet met de vereiste zekerheid kon worden vastgesteld dat verdachte de dader was.
De rechtbank concludeerde dat ondanks aanwijzingen voor betrokkenheid, de meervoudige fotobewijsconfrontatie met een getuige twijfels opriep over de identiteit van de dader. Hierdoor kon niet zonder redelijke twijfel bewezen worden dat verdachte verantwoordelijk was voor het letsel.
De rechtbank sprak verdachte daarom integraal vrij van alle tenlasteleggingen. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot schadevergoeding, en werd veroordeeld in de kosten van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor zware mishandeling met schedelbreuk en hersenbloeding.