Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte 1] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs
Bronnen.
bekenddat hij [slachtoffer 2] bij/in haar vagina heeft gegrepen/geknepen en dat de verklaring van [slachtoffer 2] juist is.
bekenddat hij [slachtoffer 3] heeft vastgepakt en bij haar kruis heeft vastgegrepen en betast.
bekenddat hij [slachtoffer 4] over haar rug heeft gestreeld en eindigde bij haar billen.
Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat aan deze vereisten is voldaan. Verdachte heeft immers tegen aangeefster gezegd dat hij haar wilde of ging neuken en heeft dienovereenkomstig dat doel een begin van uitvoering van dat misdrijf gemaakt. Verdachte heeft aangeefster naar haar woning gevolgd, is haar van achteren dicht genaderd, heeft tegen haar gezegd dat hij haar wilde of ging neuken, heeft haar vastgepakt, heeft zijn hand op haar mond gelegd toen zij om hulp riep, heeft gegraaid in haar kruis, heeft met zijn hand in haar vagina geknepen en heeft haar de weg geblokkeerd. Deze gedragingen, in onderlinge samenhang bezien met de geuite bewoordingen, vormen een begin van uitvoering en zijn naar hun uiterlijke verschijningsvorm gericht op de voltooiing van het voorgenomen delict. Daarbij heeft de rechtbank ook gelet op het dwingende karakter van de gedragingen en de opbouw in ernst van de door verdachte gepleegde seksuele delicten in de dagen voorafgaand aan dit delict.