Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 2 maart 2016
- het proces-verbaal van comparitie van 30 augustus 2016
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
2.842,00(2,0 punten × tarief € 1.421,00)
Rechtbank Oost-Brabant
De curator van Holstru Transport BV vordert hoofdelijk betaling van het faillissementstekort van de vennootschap van de voormalige bestuurders [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]. De vennootschap kampte met financiële problemen en werd in 2012 failliet verklaard. De aandelen werden in 2009 voor een symbolisch bedrag overgedragen, waarna de activa werden overgedragen aan een derde partij, Nesselande.
De rechtbank oordeelt dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hun bestuurstaken onbehoorlijk hebben vervuld door geen administratie te voeren en de activa van de vennootschap te onttrekken zonder dat de opbrengst ten goede kwam aan de vennootschap. Dit handelen heeft geleid tot het faillissementstekort. Beide bestuurders zijn persoonlijk aansprakelijk op grond van artikel 2:248 lid 1 en Pro lid 2 BW.
De rechtbank wijst de vorderingen van de curator toe, veroordeelt de bestuurders hoofdelijk tot betaling van het tekort en een voorschot van € 100.000,-, en veroordeelt hen in de proceskosten. De vordering tot opheffing van beslagen wordt afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt beide bestuurders hoofdelijk tot betaling van het faillissementstekort en een voorschot van € 100.000,- wegens onbehoorlijk bestuur.