Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[gedaagde sub 2],
[gedaagde sub 3] ,
Rechtbank Oost-Brabant
In deze civiele zaak tussen INTERNATIONAL GARDEN COMPONENTS B.V. en IGC GROUP INTERNATIONAL GARDEN COMPONENTS ESPAÑA S.L. en anderen, heeft de rechtbank Oost-Brabant op 17 augustus 2016 een incidenteel vonnis gewezen waarin zij zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van een vordering van IGC tegen Superstore. Daarbij werd IGC veroordeeld in proceskosten, waarvan de hoofdzaakkosten niet uitvoerbaar bij voorraad waren verklaard.
IGC verzocht vervolgens om aanvulling van het vonnis met een uitvoerbaarverklaring van deze proceskostenveroordeling bij voorraad. IGC stelde tevens voorwaarde van zekerheidstelling te verbinden aan deze uitvoerbaarverklaring, vanwege vermeend restitutierisico. De rechtbank stelde IGC in de gelegenheid haar standpunt toe te lichten en ook de wederpartij reageerde.
De rechtbank oordeelde dat de aanvulling van het vonnis noodzakelijk was omdat op de proceskostenveroordeling in de hoofdzaak nog niet was beslist. De rechtbank nam het verzoek tot zekerheidstelling mee in de belangenafweging vanwege het recht op hoor en wederhoor, maar vond dat IGC het restitutierisico onvoldoende had onderbouwd. Daarom wees zij het verzoek tot zekerheidstelling af en verklaarde zij de proceskostenveroordeling in de hoofdzaak uitvoerbaar bij voorraad.
De beslissing werd toegevoegd aan het vonnis van 17 augustus 2016 en openbaar uitgesproken op 12 oktober 2016 door rechter E.J.C. Adang.
Uitkomst: Het verzoek tot aanvulling van het vonnis met uitvoerbaarverklaring van de proceskostenveroordeling bij voorraad wordt toegewezen, zonder voorwaarde van zekerheidstelling.