ECLI:NL:RBOBR:2016:5636
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.J. Sangers- de Jong
- C.P.J. Scheele
- H.F. van Kregten
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mensenhandel en mishandeling ondanks relatie en aanwijzingen
De rechtbank Oost-Brabant sprak verdachte vrij van de primair ten laste gelegde mensenhandel en subsidiair ten laste gelegde mishandeling. Verdachte werd ervan verdacht tussen 1 juli 2014 en 8 maart 2016 in Eindhoven en elders in Nederland het slachtoffer door dwang, geweld, misbruik van een kwetsbare positie en uitbuiting te hebben gedwongen tot prostitutie en mishandeld te hebben.
Tijdens de terechtzitting verklaarden verdachte en slachtoffer dat zij een liefdesrelatie hadden en dat het slachtoffer vrijwillig in de prostitutie werkte. Het slachtoffer deed geen aangifte en ontkende uitbuiting. De rechtbank vond onvoldoende bewijs dat verdachte dwangmiddelen had gebruikt of dat sprake was van een afhankelijke relatie of uitbuiting. Hoewel er aanwijzingen waren van geweld, waren deze niet voldoende onderbouwd door harde bewijzen.
De rechtbank overwoog dat het slachtoffer keuzevrijheid had, haar eigen geld beheerde en de mogelijkheid had zich aan de situatie te onttrekken. Getuigenverklaringen over mishandeling waren onvoldoende concreet. Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs werd verdachte integraal vrijgesproken van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van mensenhandel en mishandeling.