Partijen, voormalige echtgenoten, zijn gezamenlijk gezagdragers over hun minderjarige kind [minderjarige X], die momenteel bij de moeder woont. De moeder verzoekt vervangende toestemming voor verhuizing van de kinderen naar een andere gemeente en wijziging van de basisschool. De vader verzet zich hiertegen en verzoekt primair het hoofdverblijf van [minderjarige X] bij hem te bepalen en contactregelingen vast te stellen.
De moeder licht toe dat de huidige woning te koop staat en zij vervangende woonruimte heeft gevonden in een andere gemeente, waar zij met haar nieuwe partner wil gaan wonen. De vader betwist de noodzaak van verhuizing en stelt dat co-ouderschap het beste aansluit bij de belangen van de kinderen zolang de woning nog eigendom is van partijen.
De raad voor de kinderbescherming adviseert dat ouders met elkaar in gesprek moeten blijven en dat verhuizing nu te vroeg is. De rechtbank verwijst partijen naar mediation om tot een gezamenlijke regeling te komen en houdt de beslissing aan tot 22 juni 2016, waarbij partijen schriftelijk over de voortgang moeten rapporteren.