Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[naam verdachte] ,
De tenlastelegging.
de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op die/dat voorwerp(en) was/waren en/of voorhanden had(den), terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) dat die/dat voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,
De formele voorvragen.
Bewijsoverwegingen.
De bewezenverklaring.
alleen, van een voorwerp, te weten
heeft verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen was, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader wist(en) dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/ waren uit enig misdrijf,
verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van voorwerp(en) gebruik gemaakt, terwijl hij wist dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf, zulks terwijl hij, verdachte, van het plegen van voormelde feiten een gewoonte heeft gemaakt;
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
- Gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan een deel, groot 6 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
- Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] in haar vordering.