ECLI:NL:RBOBR:2016:6439
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor ontuchtige handelingen via webcam met minderjarige
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige via een webcam in de periode van 30 juni tot en met 9 juli 2014. Verdachte had seksueel getinte gesprekken met het slachtoffer en heeft haar bewogen om seksuele handelingen voor de webcam te verrichten, waarbij beelden werden verzonden en ontvangen.
Vrijspraak werd uitgesproken voor de tenlastegelegde feiten van grooming en poging tot grooming, omdat niet wettig en overtuigend kon worden vastgesteld dat verdachte een concreet voorstel tot ontmoeting had gedaan of dat hij reeds een begin van uitvoering had gemaakt. Ook werd verdachte vrijgesproken van bezit van kinderporno, omdat geen kinderpornografische afbeeldingen werden aangetroffen waarover verdachte kon beschikken.
De rechtbank oordeelde dat het bewezenverklaarde feit ernstige psychische en emotionele schade kan veroorzaken bij het slachtoffer en dat verdachte geen berouw toont en onvoldoende bereid is zijn gedrag te veranderen. Gelet op de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte werd een gevangenisstraf van 6 maanden opgelegd, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.
De vordering van het slachtoffer tot immateriële schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing en de onevenredige belasting van het strafgeding. De rechtbank achtte reclasseringstoezicht niet zinvol vanwege de weigering van verdachte mee te werken aan onderzoeken.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, voor ontuchtige handelingen met minderjarige via webcam.