Eiseres plaatste een woonwagen op een terrein met bestemming 'Gemengd' zonder omgevingsvergunning. Verweerder legde een dwangsombesluit op omdat de woonwagen was aangesloten op nutsvoorzieningen, wat volgens verweerder bouwen en bewoning inhield in strijd met het bestemmingsplan.
Eiseres stelde dat de woonwagen slechts werd gestald en gerepareerd en dat zij er niet woonde. De rechtbank stelde vast dat het bestemmingsplan het stallen toestaat en reparatie niet verbiedt, maar bewoning wel. De woonwagen was weliswaar aangesloten, maar de binnenkant en verklaringen toonden aan dat er niet werd gewoond.
De rechtbank concludeerde dat er geen strijd was met het bestemmingsplan en dat er geen omgevingsvergunning nodig was. Daarom vernietigde zij het dwangsombesluit en het invorderingsbesluit, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.