ECLI:NL:RBOBR:2017:1227
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen verbod op kofferbakverkopen wegens onvoldoende onderbouwing openbare ordeverstoring
Verzoeker organiseert al jarenlang kofferbakverkopen en rommelmarkten in de gemeente Boxmeer. Verweerder heeft bij besluit van 10 november 2016 op grond van artikel 2:25, vierde lid, van de APV Boxmeer 2013, verzoeker verboden deze evenementen vanaf 1 januari 2017 te organiseren vanwege vermeende risico's voor de openbare orde en veiligheid.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van het verbod in afwachting van de beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van onverwijlde spoed omdat verzoeker niet kon wachten tot de bezwaarprocedure was afgerond, mede vanwege het belang van de clubs en verenigingen die van de opbrengsten afhankelijk zijn.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder zich baseerde op processen-verbaal van toezichthouders uit 2016 waaruit bleek dat verzoeker zich niet aan afspraken hield. Echter, de rechter vond dat verweerder onvoldoende had aangetoond dat de openbare orde daadwerkelijk was verstoord of dat minder ingrijpende maatregelen niet mogelijk waren.
Het enkele feit dat verzoeker zich onbetrouwbaar gedroeg en afspraken niet nakwam, rechtvaardigde volgens de voorzieningenrechter geen verbod op de evenementen. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen en het verbod geschorst tot zes weken na bekendmaking van het besluit op bezwaar. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het verbod op het organiseren van kofferbakverkopen en rommelmarkten wordt geschorst wegens onvoldoende onderbouwing van verstoring van de openbare orde.