ECLI:NL:RBOBR:2017:1327
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- J. Bik
- M.L.M.W. Viering
- M.E. Bartels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in nalatenschapszaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die betrokken was bij de afwikkeling van de nalatenschappen van zijn ouders. Hij stelde dat de rechter onpartijdig was omdat deze volgens hem uitsluitend de stellingen van de notaris, die als vereffenaar was aangesteld, aannam en zijn eigen informatie negeerde. Tevens klaagde verzoeker over het niet honoreren van zijn aanhoudingsverzoek en het niet toestaan van getuigenverhoren, wat volgens hem leidde tot vertraging en schade.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarbij werd vastgesteld dat wraking niet mogelijk is nadat een einduitspraak is gedaan. Ook werd geoordeeld dat het nemen van beschikkingen door de rechter binnen zijn normale taak valt en dat het niet honoreren van het aanhoudingsverzoek geen aanwijzing is voor partijdigheid.
Daarnaast werd de betrokkenheid van de griffier in zowel de onderhavige zaak als een tuchtzaak tegen de notaris niet als reden gezien om de onpartijdigheid van de rechter te betwijfelen. De wrakingskamer concludeerde dat geen feiten of omstandigheden aanwezig zijn die de rechterlijke onpartijdigheid schaden of de vrees daarvoor objectief rechtvaardigen.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en de rechter in functie gehandhaafd.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens ontbreken van objectieve schijn van partijdigheid.