ECLI:NL:RBOBR:2017:1566
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring klaagschrift tegen conservatoir beslag op paard wegens onvoldoende eigendomsaantoon
Klagers dienden een klaagschrift in tegen het conservatoir beslag dat de officier van justitie op 29 juli 2016 op een paard had gelegd. Zij stelden eigenaar te zijn van het paard en vorderden opheffing van het beslag en teruggave van het dier.
De rechtbank nam kennis van het strafdossier en behandelde het klaagschrift in openbare raadkamer op 6 maart 2017. Klagers onderbouwden hun eigendom met stamboompapieren, verklaringen van betrokkenen en betwistten de eigendomsaanduiding in het FEI-paspoort. De officier van justitie verweerde zich met het FEI-paspoort als objectief bewijs dat een derde eigenaar is en wees op de locatie van het paard bij die derde.
De rechtbank oordeelde dat niet buiten redelijke twijfel vaststaat dat klagers eigenaar zijn, mede gelet op het FEI-paspoort en het feit dat het paard bij een derde werd aangetroffen. Ook het proportionaliteitsverweer van klagers werd onvoldoende geacht. Het klaagschrift werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het klaagschrift tegen het conservatoir beslag op het paard wordt ongegrond verklaard omdat niet buiten redelijke twijfel is vastgesteld dat klagers eigenaar zijn.