ECLI:NL:RBOBR:2017:1766
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tweede verzoek voorlopige voorziening intrekking vergunning raamprostitutiebedrijf
De burgemeester van Eindhoven trok op 30 augustus 2016 de vergunning voor exploitatie van een raamprostitutiebedrijf in. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening tijdens de bezwaarprocedure. Het eerste verzoek werd afgewezen op 13 januari 2017 omdat de burgemeester aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van ernstig gevaar volgens de Wet Bibob en het bezwaar weinig kans van slagen had.
Het tweede verzoek om voorlopige voorziening, ingediend tijdens dezelfde bezwaarprocedure, werd eveneens afgewezen. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die een herhaalde beoordeling rechtvaardigen. Verzoeker stelde dat hij nu tijdig zijn verklarende omstandigheden kon toelichten en dat de ontbinding van huurovereenkomsten een onomkeerbare situatie creëert, maar deze argumenten werden niet als nieuw erkend.
De behandeling vond achter gesloten deuren plaats vanwege vertrouwelijke stukken. De rechter concludeerde dat het belang van het algemeen bestuur zwaarder woog dan dat van verzoeker en dat de eerdere beoordeling van het besluit standhield. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het tweede verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de vergunning wordt afgewezen wegens gebrek aan nieuwe feiten of omstandigheden.