ECLI:NL:RBOBR:2017:2287
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. Klinkenbijl
- I.L.A. Boer
- B. Poelert
- Rechtspraak.nl
Veroordeling ervaringsdeskundige voor ontucht met cliënten binnen GGz
Verdachte, werkzaam als ervaringsdeskundige binnen de GGz, heeft ontucht gepleegd met twee vrouwelijke cliënten die aan zijn zorg waren toevertrouwd. De rechtbank kwalificeerde verdachte als hulpverlener in de zin van artikel 249 Wetboek Pro van Strafrecht en achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van bekennende verklaringen en verklaringen van de slachtoffers.
De tenlastelegging betrof ontucht met twee cliënten in de periode van december 2014 tot januari 2015 in Eindhoven en een poging tot ontucht met een collega in Geldrop, waarvan verdachte voor het laatste feit werd vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. De rechtbank hield rekening met de kwetsbaarheid van de slachtoffers, het misbruik van vertrouwen door verdachte, en zijn persoonlijke omstandigheden waaronder partiële zwakbegaafdheid en een belaste achtergrond.
De strafoplegging bestond uit een gevangenisstraf van 301 dagen waarvan 300 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 120 uur. Daarnaast werden schadevergoedingen toegekend aan de slachtoffers, met wettelijke rente en vervangende hechtenis bij niet-betaling. De rechtbank legde ook voorwaarden op aan de voorwaardelijke straf, waaronder meldplicht en reclasseringstoezicht.
De rechtbank benadrukte de ernst van het feit en de impact op de slachtoffers, die langdurige psychische schade ondervinden. Verdachte werd veroordeeld tot betaling van materiële en immateriële schadevergoedingen aan beide slachtoffers, met een duidelijke waarschuwing dat zijn gedrag onaanvaardbaar is en niet mag worden herhaald.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 301 dagen gevangenisstraf waarvan 300 dagen voorwaardelijk en 120 uur taakstraf wegens ontucht met cliënten.