Uitspraak
[verdachte] ,
. (bijlage 1) Met inachtneming van deze wijziging is aan verdachte ten laste gelegd dat:
1.
2.
3.
4.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 augustus 2012 tot en met 23 september 2014 te Eindhoven en/of Best en/of een of meer (andere) plaats(en) in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie die werd gevormd door verdachte en anderen, te weten onder meer [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van (een) misdrijf/misdrijven als bedoeld in
5.
6.
wasuit
hetmisdrijf’ in plaats van ‘terwijl hij……..afkomstig
warenuit
enigmisdrijf’. De rechtbank herstelt deze schrijffouten en leest het laatste in plaats van het eerste. Voor zover overigens in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.
23 september 2014 aangetroffen situatie in de hiervoor reeds genoemde opslagbox aan [adres 3] in Best en de opslaglocatie aan de [adres 2] te Best. Uit de bewijs-middelen komt – samengevat – naar voren dat nagenoeg alle benodigdheden voor het totale productieproces van synthetische drugs aanwezig waren, te weten het proces van vervaardiging van BMK uit apaan met zoutzuur, de vervaardiging van amfetamine uit BMK volgens de bekende Leuckartmethode en het tabletteren van MDMA. Ook wordt op beide locaties eindproduct (MDMA/amfetamine) aangetroffen. Voorts verdient opmerking dat de op beide locaties aangetroffen voorwerpen en stoffen evident complementair aan elkaar zijn, in die zin dat als de goederen als aangetroffen op de twee locaties met elkaar gecombineerd worden, dit een compleet drugslaboratorium oplevert, inzetbaar voor bijvoorbeeld de productie van amfetamine en/of MDMA. Op [adres 3] ontbrak een tabletteermachine, die op de [adres 9] werd aangetroffen. Naast de al eerder genoemde omstandigheden waaruit de band tussen [adres 3] en de [adres 2] kan worden afgeleid, wijst de rechtbank op de door de politie geconstateerde overeenkomsten tussen verschillende op deze twee locaties aangetroffen voorwerpen. Zo worden op beide locaties soortgelijke pollepels, soortgelijk zwart verpakkingsplastic/krimpfolie en soort-gelijke sealzakken aangetroffen.
(hierna telkens VW Crafter) met het Brits [kenteken 3] gecontroleerd. Daarin worden na verwijdering van interieurpanelen ongeveer
48 kilogram MDMA en 36 kilogram amfetamine aangetroffen, in pakketten van één of twee kilogram verdeeld over sporttassen van het merk Kipsta. De vrachtwagen had juist daarvoor de oversteek van Calais naar Dover gemaakt en een dag eerder – op 8 april 2014 – die van Dover naar Calais. Op 8 april 2014 heeft veelvuldig sms-contact plaatsgevonden tussen een Brits telefoonnummer en een telefoonnummer dat in gebruik was bij verdachte. Die sms-berichten gaan over een ontmoeting en het overdragen van tassen. Meer specifiek wordt vanuit het Britse telefoonnummer bericht over tassen die men wil kunnen verstoppen zodat ze niet zichtbaar zijn. Verdachte bericht dat hij iemand stuurt met tassen naar ‘dezelfde plaats als gebruikelijk’. Uit de tachograaf van de door [betrokkene 1] bestuurde vrachtwagen blijkt dat deze op 8/9 april 2014 gedurende de avond en nacht in Familleureux (België) is geweest. Deze Belgische plaats wordt ook als ontmoetingsplaats voorgesteld in sms-verkeer gevoerd op 25 februari 2014 tussen een (ander) telefoonnummer van verdachte en een (ander) Brits telefoonnummer. [betrokkene 1] blijkt ook op 25 februari 2014 de oversteek van Calais naar Dover te hebben gemaakt en een dag later vice versa).
[betrokkene 1] met als eindbestemming Engeland. Deze gang van zaken valt onder de extensieve interpretatie en dus binnen de reikwijdte van het begrip ‘buiten het grondgebied van Nederland brengen’ van drugs zoals neergelegd in artikel 1 lid 5 van Pro de Opiumwet.
€ 23.905,54.
€ 1.000,- inclusief per maand huurt van [bedrijf 1] Zoals echter blijkt uit meerdere observaties – onder meer bij de woning van verdachte en de loods aan [adres 4] te Best –, de opgenomen telefoongesprekken en OVC-gesprekken, maakt verdachte sinds september 2013 gebruik van de Audi A8.
De rechtbank stelt vast dat het onderzoek in deze strafzaak geen direct bewijs heeft opgeleverd dat de gelden en goederen waarop de witwasgedragingen van verdachte betrekking zouden hebben van enig misdrijf afkomstig zijn. Witwassen kan dan bewezen worden geacht indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het geld of de goederen direct of indirect uit enig misdrijf afkomstig zijn. Daarvoor zal eerst moeten worden vastgesteld of er sprake is van een vermoeden van witwassen. Indien dat het geval is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de (legale) herkomst van het geld of de goederen. Deze verklaring dient concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk te zijn. Indien hieraan wordt voldaan en de verklaring van verdachte daartoe dus aanleiding geeft, ligt het vervolgens op de weg van het openbaar ministerie om nader onderzoek te doen naar de eventuele alternatieve herkomst van het geld en de goederen. Uit de resultaten van dit onderzoek zal dienen te blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de goederen waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst hebben en dat daarom een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.
€ 219.805,47 heeft uitgegeven.
Zowel bij de politie als ter zitting heeft verdachte echter geweigerd om vragen te beantwoorden. Hij heeft geen verklaring willen geven omtrent de herkomst van het geld
(€ 3.864,95) verschilt dan ook met die op de factuur van de winkel (€ 4.563,95). De ouders van [medeverdachte 12] zouden ook – blijkens het betalingsoverzicht van de Rabobank – een bedrag van € 3.864,95 hebben betaald. Dit is opvallend, te meer nu door verdachte niet is weersproken dat de soundbar hk bd30 was aangekocht dan wel dat deze in zijn woning is aangetroffen en in beslag is genomen. Voorts staat op de factuur van de winkel vermeld “refunt aktie” in een klein lettertype terwijl dezelfde vermelding staat op de overgelegde factuur maar dan in hoofdletters “REFUNT AKTIE”. Ten slotte staat op de factuur van de winkel bij ‘Voldaan’ het volgende vermeld: “voldaan m” terwijl op de ter zitting overgelegde factuur staat vermeld bij ‘Voldaan’: “VIA BANK”. De verdachte heeft over deze factuur noch over de aankoop een verklaring willen afleggen. Dit terwijl, naast de genoemde verschillen, de overgelegde factuur haaks staat op de verklaring van de eigenaar van [bedrijf 3] . De rechtbank is dan ook van oordeel dat aan de overgelegde factuur geen geloof dient te worden gehecht en om die reden terzijde moet worden gesteld.
Ten aanzien van de contante huurbetalingen voor de woning, de contante huurbetalingen voor de loodsruimte, de aanbetaling van de vakantievilla en (het gebruik van) de motorvoertuigen is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende blijk geeft van concrete en daadwerkelijke betrokkenheid van een ander of anderen dan verdachte. De enkele omstandigheid dat verdachte getrouwd is met medeverdachte [medeverdachte 12] is daartoe niet voldoende. Van medeplegen is voor deze onderdelen dan ook geen sprake.
Dit is anders voor wat betreft het gebruik van de apparatuur van [bedrijf 3] . Zoals hiervoor is overwogen, heeft verdachte de apparatuur aangekocht waarna het in eerste instantie is geleverd aan de ouders van medeverdachte [medeverdachte 12] voordat het in de woning van verdachten is bevestigd. Zowel verdachte als medeverdachte [medeverdachte 12] hebben vervolgens gebruik gemaakt van de apparatuur in de woning. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 12] voor wat betreft het gebruik van de apparatuur van [bedrijf 3] . Medeplegen wordt op dit onderdeel dan ook bewezen geacht.
V.2 geldtransportenZoals hiervoor overwogen onder ‘criminele organisatie’ komt de rechtbank tot het oordeel dat sprake is geweest van een groot aantal (contante) geldtransporten in de periode van 20 januari 2014 tot en met 4 juli 2014. Deze geldtransporten zijn als witwasgedragingen in de vorm van ondergronds bankieren ten laste gelegd bij verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] . De rechtbank acht bewezen dat verdachten en zijn medeverdachten lid zijn geweest van een criminele organisatie die mede als oogmerk had het witwassen van de verdiensten van de organisatie (zie hiervoor onder ‘criminele organisatie’). Voor wat betreft verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 1] acht de rechtbank eveneens bewezen dat zij onderdeel uitmaakten van de criminele organisatie voor zover die als oogmerk had de handel in verdovende middelen.
Tijdens het rijden naar de afgesproken locatie en het wachten op de geldgever vindt er veel (voornamelijk SMS-)contact tussen verdachte en de opdracht c.q. geldgever enerzijds en verdachte en [medeverdachte 4] anderzijds plaats. [medeverdachte 4] laat steeds aan verdachte weten waar hij is en hoe laat hij zal arriveren. Ook als hij ter plekke is gearriveerd, houdt hij contact met verdachte. Verdachte geeft vervolgens aan de geldgever door dat [medeverdachte 4] is gearriveerd en waar hij zich bevindt. Verdachte informeert telkens aan beide kanten naar de situatie, hoe alles verloopt en of het transport doorgang zal vinden c.q. vindt. Als [medeverdachte 4] vervolgens weer richting het zuiden rijdt, is er weer contact met verdachte waarbij wordt bevestigd dat het gelukt is. Verdachte bevestigt vervolgens weer aan de geldgever dat het gelukt is.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat de geldbedragen afkomstig zijn uit een door de criminele organisatie - en dus niet onmiddellijk uit een door verdachte - begaan misdrijf c.q. begane misdrijven, inhoudende de handel in verdovende middelen. Gelet op verdachtes betrokkenheid was verdachte op de hoogte van de handel in verdovende middelen door de organisatie en was hij zich dus bewust van de criminele herkomst van de geldbedragen. Verdachte heeft door het samen met anderen voorhanden krijgen daarvan zich mede schuldig gemaakt aan witwassen.
bijlage 2)
(RC-nummers 13/1967 en 14/1281) ondubbelzinnig duidelijk in de onmogelijkheid om