Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
BOSCH REXROTH SPOL. S.R.O.,
1.De procedure
- het tussenvonnis van 16 november 2016,
- de akte producties van Kin van 7 maart 2017,
- het proces-verbaal van comparitie van 7 maart 2017,
- de akte uitlating na comparitie van BR.
2.De feiten
3.Het geschil
primairveroordeling van de Stichting en
subsidiairveroordeling van BR tot betaling van € 314.383,62, vermeerderd met rente en kosten.
€ 314.383,62 aan haar.
4.De beoordeling
bevoegde rechter en toepasselijk recht
€ 1.113.442,00 bij de Stichting in depot te storten.
4.000,00(2,0 punten × tarief € 2.000,00)
6.000,00 (3,0 punten x tarief € 2.000,00)
€ 145.000,00 bedragen. Ten slotte heeft BR voldoende beargumenteerd dat zij een aanzienlijke renteschade heeft opgelopen als gevolg van het gedeeltelijk opschorten van de betalingen door Allseas vanwege de problemen met de reservoirs. Dit alles leidt tot de conclusie dat BR voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat de door BR ontvangen prestaties op zijn minst genomen met het bedrag dat BR nog aan KMR verschuldigd was (dit betreft het bedrag dat BR voor de wel compleet geleverde MRB’s aan KMR zou moeten betalen), verminderd is.
5.De beslissing
€ 314.383,66,