ECLI:NL:RBOBR:2017:3395
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.A. Mandemakers
- A.E. van der Eijk
- A.M.R. van Ginneken
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving en poging tot doodslag
Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, poging tot doodslag of zware mishandeling, bedreiging en mishandeling van het slachtoffer op 6 december 2016 in het arrondissement Oost-Brabant. De tenlastelegging omvatte onder meer het onder dwang vervoeren van het slachtoffer in verschillende auto's, bedreigingen met een vuurwapen en het mishandelen van het slachtoffer.
Tijdens de terechtzittingen op 15 maart en 8 juni 2017 heeft de rechtbank de vordering van de officier van justitie en de verdediging gehoord. De officier van justitie kon het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en poging tot doodslag niet wettig en overtuigend bewijzen en vorderde vrijspraak voor deze feiten. Ook het medeplegen van bedreiging werd niet bewezen geacht. De verdediging voerde aan dat de verklaringen van het slachtoffer inconsistent en onbetrouwbaar waren, en dat er geen aanvullend bewijs was.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van het slachtoffer te veel tegenstrijdigheden bevatten en onvoldoende steun vonden in het dossier. Er waren geen getuigen die verdachte hadden zien mishandelen. Daarom kon niet worden vastgesteld dat verdachte een bewuste en nauwe samenwerking met medeverdachten had gehad bij de ten laste gelegde feiten. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering en veroordeeld in de kosten. De inbeslaggenomen goederen, waaronder meerdere mobiele telefoons, een tablet, een computer en twee riemen, werden aan de beslagene teruggegeven. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven, dat reeds geschorst was.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, poging tot doodslag, bedreiging en mishandeling wegens onvoldoende bewijs.