Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
De verdachte heeft zich in dit geval steevast beroepen op zijn zwijgrecht en is pas ter zitting van 15 juni 2017 met de verklaring gekomen dat hij geen wetenschap had van de aanwezigheid van de in zijn woning aangetroffen wapens en munitie en dat wellicht een ander de wapens en de munitie in zijn woning heeft neergelegd. De wapens en munitie zijn echter op verschillende plaatsen, die typisch behoren tot het privédomein van de bewoner, aangetroffen. Het pistool en de munitie zijn aangetroffen in een plastic Albert Heijn tas in een wit mandje op het rechter keukenkastje in de woning van verdachte. Het witte mandje, dat op een keukenkastje stond, was goed te zien en tevens is goed te zien dat daar een blauwe plastic tas in lag (de rechtbank verwijst naar de foto op pagina 1408 van het dossier). Het kan niet anders dan dat verdachte wist dat de witte mand met daarin de blauwe plastic tas in de keuken op het keukenkastje lag. Dit geldt ook voor de rookbom. De rookbom is immers aangetroffen in een lade van de wandkast in de woonkamer van de woning van verdachte.