Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.de besloten vennootschap [C.] Constructie en Stalinrichtingen B.V.,
1.de maatschap [de maatschap v. R.] ,
1.Het verdere verloop van het geding
- het tussenvonnis van 21 april 2016;
- de akte van 13 juni 2016 zijdens [Van R.] ;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor 26 september 2016;
- de akte van 27 oktober 2016 zijdens [C.] ;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 16 januari 2017;
- de conclusie na getuigenverhoor van 13 april 2017 zijdens [Van R.] ;
- de conclusie na getuigenverhoor van 13 april 2017 zijdens [C.] .
2.De verdere beoordeling
U vraagt mij of naar mijn eigen waarneming [C.] is tekortgeschoten in deze. Ik antwoord dat ik uit eigen waarneming geen uitspraken kan doen maar ik vind dat als er problemen zijn je daar dan direct op moet reageren. Ik neem meestal direct contact op met de specialisten, maar ik heb niet met [C.] gebeld.
.Ook [getuige de H.] heeft verklaard dat hem niets is opgevallen bij het bedrijf [Van R.] waaruit blijkt dat [C.] in deze tekort is geschoten.
.
- € 100,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na aanschrijving tot de dag van voldoening,
- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening tot de dag van voldoening;