Op 21 april 2017 dienden de erfgenamen een verzoek in tot benoeming van een vereffenaar voor de nalatenschap van de overleden erflater, die geen testament had achtergelaten. De nalatenschap omvatte diverse vermogensbestanddelen, schulden, een banksaldo en een vordering op verweerster. Verweerster en haar echtgenoot waren door een eerder vonnis veroordeeld tot terugbetaling van een bedrag aan de nalatenschap, maar er was een slechte verstandhouding ontstaan die de afwikkeling belemmerde.
Tijdens de zitting van 27 juni 2017 verschenen verzoeksters en de advocaat van verweerster, die het verzoek tot benoeming van een vereffenaar betwistte. Verweerster stelde dat de nalatenschap bijna was afgewikkeld en dat benoeming onnodige kosten zou veroorzaken die zij niet kon betalen. Desondanks erkende haar advocaat de noodzaak van vereffening en gaf aan dat verweerster wilde meewerken om een benoeming te voorkomen.
De rechtbank concludeerde dat de slechte verstandhouding en de openstaande vordering de afwikkeling belemmerden en dat het benoemen van een vereffenaar in het belang van alle erfgenamen was. De rechtbank wees het verzoek toe, benoemde mr. J.Th. Diks als vereffenaar en bepaalde dat de kosten van de procedure en vereffening ten laste van de nalatenschap komen, mits voldoende baten aanwezig zijn.