Uitspraak
SHE 17/1814
SHE 17/1977
[naam]
Zoals u ongetwijfeld bekend, is op 10 maart 2015 een groot drugslaboratorium ontdekt in de stallen op het perceel van de buurman, de heer [naam] . Daarnaast is in diezelfde
5.1 - veroordeelt [naam] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de
De heer [naam] is ambtshalve uitgeschreven van het adres [adres] . Zijn huidige woonadres is mij niet bekend. Over uw verzoek om het gebiedsverbod in te stellen is de politie om advies gevraagd. Uit haar advies blijkt dat er gronden zijn op basis waarvan het verzoek om het gebiedsverbod gehonoreerd zou kunnen worden.
in de laatste brief kondigt de burgemeester aan dat hij voornemens is een
Vervolgens wil ik verbalisant de enveloppe met daarin het besluit van de burgemeester overhandigen aan de heer [naam] . De heer [naam] nam die enveloppe niet in ontvangst. Ik verbalisant, heb de heer [naam] in begrijpelijke woorden het volgende medegedeeld. Dat hij vanaf nu een gebiedsverbod krijgt voor 3 maanden, tot het perceel [adres] te Someren. Dat zijn het perceel waar de loodsen staan en het perceel waar de voormalige boerderij heeft gestaan. Ik heb de heer [naam] ook twee kaartjes, luchtfoto’s laten zien, waarin duidelijk het gebied staat aangeven die voor hem verboden terrein zijn. Hij heeft die foto’s uitvoerig bekeken. De heer [naam] vroeg aan mij, of hij wel op de openbare weg mocht komen. Daarop heb ik geantwoord dat hij wel op de openbare weg mag komen. Ik heb de heer [naam] ook verteld dat in de brief ook de motivering staat, waarom de burgemeester dit gebiedsverbod heeft opgelegd en dat hij ook bezwaar kan maken tegen dit besluit. Ook heb ik tegen de heer [naam] vertelt dat de officier van justitie en de politie van dit besluit op de hoogte zijn.
Omstreeks genoemde tijd kregen wij van de regionale meldkamer te Eindhoven het
- “(…)
- u vertoont intimiderend gedrag naar de bewoners van [adres] te Nederweert door nadrukkelijk aanwezig te zijn c.q. zich op te houden in de directe nabijheid van de woning van melders. U heeft dit gedrag onder meer vertoond op 30 mei 2016, 12 juli 2016 en 22 oktober 2016. Ook heb ik kennis genomen van een melding, ontvangen op 18 juli 2016, waarbij sprake is van het saboteren van machines van de bewoners. Daarnaast veroorzaakt het feit dat er met enige regelmaat personen komen vragen naar uw woon- en of verblijfplaats een groot gevoel van onveiligheid bij de bewoners van [adres] te Nederweert. Dit gevoel van onveiligheid staat in rechtstreeks verband met het in maart 2015 ontmantelde xtc laboratorium in de landbouwstallen op de [adres] in Someren, alwaar u woonachtig was ten tijde van het aantreffen van voornoemd laboratorium;
- u maakt zich schuldig aan vernieling, strafbaar gesteld bij wet in artikel 350, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, door op 27 april 2017 een perceel grasland, kadastraal bekend Dooleggersbaan ongenummerd te Someren, te betreden en met een tractor het weiland zodanig te bewerken dat er sprake is van voornoemd strafbaar feit. U had daarvoor geen toestemming en handelde daarmee onrechtmatig naar de eigenaresse van de gronden.
Het structurele karakter van uw ongewenste gedrag en de ernst van de gedragingen maken dat ik ernstig vrees voor verdere verstoring van de openbare orde in het gebied waarop het gebiedsverbod van toepassing is. Gelet op het bovenstaande is er sprake van een dermate ernstige verstoring van de openbare orde in het genoemde gebied dat het nemen van bestuurlijke maatregelen noodzakelijk en gerechtvaardigd wordt geacht.(…)”
Het gebiedsverbod strekt zich uit over percelen alwaar u eerder woonachtig was en een agrarisch bedrijf uitoefende. Deze percelen zijn eigendom van uw moeder, mevrouw [naam] . Het gebiedsverbod is noodzakelijk omdat uit het dossier blijkt dat een groot deel van de overlastgevende gedragingen zich voordoet op of vanaf voornoemd terrein. Het gebiedsverbod heeft geen gevolgen voor uw huisvesting, werk of inkomen.