ECLI:NL:RBOBR:2017:413
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Tenuitvoerlegging voorwaardelijke ISD-maatregel wegens nieuw strafbaar feit tijdens proeftijd
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 30 januari 2017 beslist over de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel aan een veroordeelde die tijdens de proeftijd een nieuw strafbaar feit heeft gepleegd. De oorspronkelijke ISD-maatregel was bij vonnis van 16 februari 2015 voorwaardelijk opgelegd voor de duur van twee jaar met een proeftijd van eveneens twee jaar.
De officier van justitie vorderde de tenuitvoerlegging van deze maatregel op grond van overtreding van de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich niet schuldig zou maken aan een strafbaar feit. De verdediging betoogde dat de vordering niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege procedurele onregelmatigheden, maar de rechtbank oordeelde dat de behandeling ter terechtzitting in plaats van in raadkamer geen belangen van de veroordeelde had geschaad.
De rechtbank nam ook kennis van een reclasseringsrapport en een psychiatrisch advies. Ondanks eerdere kansen en begeleiding door de reclassering, waaronder een eerdere beslissing om af te zien van onvoorwaardelijke ISD, was de veroordeelde niet in staat de voorwaarden na te leven. De rechtbank besloot daarom tot tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel, gelet op de bescherming van de maatschappij en het tegengaan van overlast.
Er waren geen bijzondere omstandigheden die de tenuitvoerlegging in de weg stonden. De maatregel betreft een plaatsing in een inrichting voor stelmatige daders voor de duur van twee jaar.
Uitkomst: De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke ISD-maatregel wegens overtreding van de algemene voorwaarde tijdens de proeftijd.