ECLI:NL:RBOBR:2017:4300
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor ontuchtige handelingen met minderjarige oppaskind
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met zijn nichtje, een minderjarige van ongeveer 3,5 jaar, die aan zijn zorg was toevertrouwd als oppaskind. Het bewezen feit betreft onder meer het betasten van de vagina van het slachtoffer, het tonen van de stijve penis in haar nabijheid, aftrekken in haar bijzijn en ejaculeren op haar bed.
De bewijsvoering bestond uit een aangifte, een rapport van de Forensische Polikliniek Kindermishandeling, de geboorteakte van het slachtoffer en een bekennende verklaring van verdachte. Zowel de officier van justitie als de verdediging erkenden de bewijsvoering. Verdachte toonde spijt en volgde al een ambulante behandeling.
De rechtbank achtte het feit ernstig vanwege de kwetsbare positie van het jonge slachtoffer en het vertrouwen dat verdachte had geschonden. Gezien de ernst en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder verminderd toerekeningsvatbaarheid en het volgen van hulp, werd een taakstraf van 180 uur (subsidiair 90 dagen hechtenis) opgelegd, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden.
Daarnaast werd een immateriële schadevergoeding van €1.200,- toegekend aan het slachtoffer, met wettelijke rente, en werd verdachte veroordeeld in de kosten van de benadeelde partij. Materiële schade werd afgewezen wegens gebrek aan rechtstreeks verband.
Het vonnis werd uitgesproken op 14 augustus 2017 door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot taakstraf van 180 uur, voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en immateriële schadevergoeding van €1.200,-