Partijen zijn gehuwd en hebben samen een kind gekregen via kunstmatige donorbevruchting. Bij de geboorteaangifte is de vereiste verklaring van de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting niet aan de ambtenaar van de burgerlijke stand overgelegd, waardoor het duomoederschap van rechtswege niet is ontstaan.
Verweerster verzocht om alsnog de verklaring te overleggen en de geboorteakte te laten aanpassen, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet mogelijk is omdat de wet geen herstel van dit verzuim na de geboorteaangifte toestaat. Het verzoek tot duomoederschap werd daarom afgewezen.
De rechtbank sprak de echtscheiding uit wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk en stelde vast dat verzoekster het eenhoofdig gezag over het kind heeft. Verweersters verzoek tot omgangscontacten werd afgewezen omdat het niet in het belang van het kind is zolang partijen niet tot afspraken kunnen komen.
De verdeling van de gemeenschap van goederen werd vastgesteld, waarbij schulden aan de Belastingdienst, gemeente, DUO en een schuldeiser gelijkelijk werden verdeeld. Verzoekster kreeg een vordering op verweerster voor het geval zij meer dan haar aandeel heeft betaald aan gemeenschappelijke schulden. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.