ECLI:NL:RBOBR:2017:4620
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van aanmerkelijke schuld bij verkeersongeval op A50
Op 14 december 2016 vond op de Rijksweg A50 te Veghel een verkeersongeval plaats waarbij verdachte betrokken was als bestuurder van een personenauto. Verdachte reed met een geschatte snelheid tot 70 km/u over de linker rijstrook en botste achterop een stilstaande auto, die daardoor tegen een bestelauto werd gedrukt. Het slachtoffer liep ernstig letsel op.
De officier van justitie vorderde een veroordeling wegens aanmerkelijke schuld als bedoeld in artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994, met een taakstraf en ontzegging rijbevoegdheid. Verdachte verklaarde ter zitting niet te weten waarom hij de plotseling ontstane file over het hoofd had gezien en ontkende met andere zaken bezig te zijn geweest dan autorijden.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen was dat verdachte zich aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend had gedragen. Er was slechts sprake van een enkel moment van onoplettendheid, wat onvoldoende is voor aanmerkelijke schuld. Ook was niet vastgesteld dat verdachte met een ongeschikte snelheid reed of dat hij afgeleid was. Het feit dat het slachtoffer ernstig letsel opliep, leidt niet automatisch tot bewijs van schuld.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel de primaire als subsidiaire tenlastelegging. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 1 september 2017.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van aanmerkelijke schuld aan het verkeersongeval.