De zaak betreft de verlening van een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een 30 meter hoge zendmast in een woonkern, in strijd met het gemeentelijk Antennebeleid dat een maximale hoogte van 25 meter toestaat. Eisers, omwonenden, betogen dat alternatieve locaties mogelijk zijn die minder bezwaren opleveren en dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar deze alternatieven.
De rechtbank stelt vast dat de bestaande mast in een woonwijk staat en niet geschikt is voor de nieuwe antennes. Verweerder heeft afgeweken van het beleid vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder de verwijdering van de oude mast. De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) concludeert dat één alternatief een gelijkwaardige dekking kan bieden met mogelijk minder bezwaren, maar verweerder heeft dit niet adequaat onderzocht.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte de bewijslast bij eisers heeft gelegd en onvoldoende gemotiveerd heeft waarom niet voor het alternatief is gekozen. De vergunning wordt daarom vernietigd. Verweerder krijgt een termijn om te onderzoeken of het alternatief met een uitweg op de gemeentelijke weg mogelijk is. De rechtbank schorst het primaire besluit tot de einduitspraak en houdt verdere beslissingen aan.