Eiseres betwistte de aanslag afvalstoffenheffing voor het belastingjaar 2016 omdat de dichtstbijzijnde afvalcontainer niet goed functioneerde, wat leidde tot stankoverlast en zwerfafval. Zij stelde dat verweerder niet voldeed aan de inzamelplicht en zijn zorgplicht niet nakwam. Verweerder handhaafde de aanslag en stelde dat de inzamelplicht was nagekomen doordat het afval wekelijks kon worden aangeboden en werd opgehaald.
De rechtbank beoordeelde uitsluitend de aanslag over 2016 en concludeerde dat de aanslag terecht was opgelegd. Er was immers wekelijks afvalinzameling mogelijk bij het perceel, conform artikel 10.21 van de Wet milieubeheer. Klachten over te volle containers en overlast zijn volgens de rechtbank geen grond om de aanslag te verminderen of te vernietigen, omdat de belastingrechter niet bevoegd is over dergelijke geschillen.
Ook het beroep op een zorgplicht voor het beperken van stank en het handhaven van het straatbeeld werd verworpen, aangezien deze plicht niet in de wet is opgenomen en dergelijke kwesties buiten de taken van de heffingsambtenaar vallen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de aanslag van € 247,10 voor 2016.