Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.[verweerster sub 1] ,
verweerster sub 1;
2.[verweerder sub 2] ,
1.De procedure
De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen is besproken ter zitting.
2.De feiten
3.Het verzoek
- door na te laten de risico’s van de concrete werkzaamheden te inventariseren
- door na te laten een veilige werkwijze te ontwikkelen die voldoet aan de eisen bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet
- door na te laten een werkinstructie op te stellen
- door na te laten adequate instructies te geven met betrekking tot het schoonmaken van de dakgoten
- door na te laten veilige arbeidsmiddelen ter beschikking te stellen
- door na te laten toezicht te houden op de uitoefening van de werkzaamheden
[verweerder sub 2] zou nooit tegen mij zeggen om via een trapje het dak op te gaan. Zeker weten! Hij was daar boos over”. Had [verweerder sub 2] geweten dat, of zelfs kunnen voorzien dat [verzoeker] ook de kilgoot zou willen bewerken, dan zou natuurlijk een hoogwerker geregeld zijn.
4.De beoordeling
Deelgeschil
[verweerder sub 2] zou nooit tegen mij zeggen om via een trapje het dak op te gaan. Zeker weten! Hij was daar boos over”, ondersteunt niet het thans (in het kader van de aansprakelijkheidstelling) ingenomen standpunt dat [verzoeker] bewust roekeloos c.q. hoogst onvoorzichtig heeft gehandeld. Hieruit kan (slechts) worden afgeleid dat [verzoeker] zijn werk zo goed mogelijk heeft willen uitvoeren en daarbij de keuze heeft gemaakt om een huishoudtrapje op het dak te leggen.
“ [verzoeker] taken zijn allround, waarbij het belangrijk is dat er rust, regelmaat en structuur ontstaat met name ook voor de kinderen. Het rooster van [verzoeker] is enigszins afgestemd op de omgangsregeling met de kinderen.”Er is sprake van een gezagsverhouding. [verweerder sub 2] had zeggenschap over de werkzaamheden van [verzoeker] . Dat het loon door de B.V. werd betaald doet in dit verband niet ter zake. Aan die keuze van [verweerder sub 2] (in welke hoedanigheid dan ook gemaakt) liggen slechts fiscale motieven ten grondslag. Dat behoort niet van (negatieve) invloed te zijn op de rechtspositie van [verzoeker] . Aldus houdt de kantonrechter het er voor dat [verzoeker] de arbeidsovereenkomst met twee werkgevers is aangegaan: met [verweerder sub 2] in privé en met [verweerster sub 1]