Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Vrijspraak (feit 1 primair).
Bewijs.
- De verklaring van aangeefster [naam 1] (p. 46-47 van het einddossier).
- De medische verklaring ter zake het letsel (p. 97 van het einddossier).
- Het relaas van [naam verbalisant] (p. 45 van het einddossier).
- De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting (proces-verbaal ter terechtzitting van 14 september 2017).
- De verklaring van aangever [naam 2] (p. 52-54 van het einddossier).
- De medische verklaring ter zake het letsel (p. 98 van het einddossier).
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van de feiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
De vordering van de benadeelde partij [naam 1]
(feit 1 subsidiair)
De vordering van de benadeelde partij [naam 2] (feit 2)
Beoordeling. De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, het volgende onderdeel van de vordering, te weten immateriële schadevergoeding ter hoogte van € 250,00 te vermeerderen met de wettelijke rente van de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.
Voorlopige hechtenis
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
T.a.v. feit 1 subsidiair en feit 2:Taakstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis met aftrekovereenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht.
€ 12.000aan
immateriële schadevergoedingen een bedrag van
€ 2.733,38aan
materiële schadevergoeding.