De rechtbank Oost-Brabant behandelde het beroep tegen een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Landerd voor het bouwen van een woning in strijd met het bestemmingsplan. Eiser stelde dat niet was voldaan aan artikel 6.5, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht, dat vereist dat de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen afgeeft. De rechtbank oordeelde dat het college onjuist had gehandeld door niet tijdig een specifieke verklaring van geen bedenkingen te vragen, terwijl drie raadsleden dit hadden gewenst.
De overige beroepsgronden, waaronder de concreetheid van het bouwplan, de toepassing van de Verordening Ruimte 2014 van Noord-Brabant, de ruimtelijke inpassing, en de naleving van gemeentelijk beleid, werden door de rechtbank afgewezen. De rechtbank vond dat het bouwplan voldoende concreet was, dat de passende herbestemming van de beëindigingslocatie was gelegd, en dat het bouwinitiatief niet in strijd was met het gemeentelijk beleid.
De rechtbank gaf het college de gelegenheid om het gebrek rond de verklaring van geen bedenkingen te herstellen door een nieuw besluit te nemen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. De rechtbank stelde een termijn tot 20 november 2017 voor herstel en kondigde aan dat zij daarna zonder tweede zitting uitspraak zal doen op het beroep. De procedure blijft beperkt tot de reeds besproken beroepsgronden en verdere beslissingen, waaronder over proceskosten, blijven aangehouden.